fb tw

1. De bouw

Met het bij het entreegebouw in ontvangst genomen stukje zeep kan men, zo gewenst, volledige ontkleding verlangen hetgeen aan te tonen door bijvoorbeeld het zwempak over de deur te hangen. Nog altijd moet men, voor men de baden ingaat, door een desinfecterend voetenbad met douches lopen. Het voetenbad voorkomt dat het water in de bassins snel smerig wordt en gaat voetschimmel tegen. Het zwembad is ruim van opzet. Beide afdelingen hebben langs de ondiepe baden een strand met ligstoelen en parasols. De afmetingen van beide stranden zijn 40x22 meter. Er is een zandlaag van fijn wit zand met een laagdikte van ongeveer 60 cm. Ook hier worden door een stenen wand de vrouwelijke en mannelijke bezoekers gescheiden. Als men vanaf de stranden naar het water gaat, wordt men via een tourniquet door de voetbaden naar de bassins geleid. Achter de tribune liggen het pompgebouw en het voorverwarmingsbassin, tevens ontijzeringsvijver. De totale inhoud van alle bassins bedraagt ongeveer 5300 kubieke meter, de totale oppervlakte 3360 vierkante meter. Pompen en waterzuiveringsinstallatie zijn van de Machinefabriek Gebr. Rossmark uit Almelo. De hoofdopzet van het bad is nu bijna 70 jaar het hetzelfde gebleven. Het strand is vervangen door een gazon. Kleine wijzigingen hebben zich voorgedaan bij de kleedcabines en kleedruimtes. Een andere wijziging is het inkorten van de tribune en de bouw van een uitkijkpost op de linkerhoek daarvan, alsmede de afbraak van enkele springtorens en duikplanken. De nu nog aanwezige technische installaties dateren uit de bouwtijd. De voorverwarmings- en reinigingsvijver zijn verdwenen; hiervoor is een ligweide in de plaats gekomen.

Openluchtbad1.jpg

College

Het college van B en W geeft Wiebenga, als directeur van de technische dienst, in juni 1931 opdracht een plan voor een zwembad uit te werken. Op 12 maart 1932 stuurt Wiebenga een ontwerp voor een zweminrichting met voetbalterrein aan Burgemeester en Wethouders. Er worden door Wiebenga zeven varianten opgezet voor het zwembad. Voor het sportterrein worden diverse mogelijkheden bekeken. Wiebenga ontwerpt onder andere een hockeyveld, tennisbanen, korfbalvelden, een voetbalveld met overdekte tribune en diverse clubgebouwen. In het uit te voeren plan heeft hij zwembad en voetbalterrein in één as tegenover elkaar ontworpen. Het sportterrein wordt in een vereenvoudigde versie uitgevoerd en bevindt zich aan de overzijde van de weg. De inrichting van het sportpark is volgens B en W te groot van opzet. Om financiële reden wordt de hoofdtribune weggelaten en Wiebenga krijgt de opdracht om een nieuwe tribune te ontwerpen. Zwembad en sportpark worden verder volgens plan uitgevoerd. Het bad met zijn springtorens ligt in een driehoekig terrein en heeft de hoofdingang aan de Ceintuurbaan. In een aantal schetsplannen (nog in juli 1932) is het bad gesplitst in een betalend en kosteloos gedeelte. Langs de eerder genoemde as heeft Wiebenga het plan symmetrisch opgezet en gescheiden in een vrouwen- en mannenafdeling.
De gemeenteraad staat in 1932 niet onverdeeld achter het ingediende plan. In dat jaar wordt namelijk ook de bouw van een overdekt sportfondsenbad aan de Turfmarkt voorbereid. De twijfel blijkt uit de volgende uitspraken die tijdens de raadsvergadering het debat over dit voorstel van B en W gemaakt werden:

ƒ 117.000,--

Op 9 november 1932 machtigen B en W Wiebenga om een publieke aanbesteding te houden. Door Wiebenga zijn de bouwkosten begroot op ƒ 117.000,--. Van de 34 aannemers die inschreven, is aannemer C. Spanhaak uit Zwolle met ƒ 81.900,-- de laagste inschrijver. Al snel ontstaan er tussen aannemer en architect wrijvingen. Volgens Wiebenga is er onvoldoende voortgang bij het grondwerk. Gedurende het gehele werk blijft het contact tussen architect en aannemer stroef verlopen. Spanhaak krijgt liquiditeitsproblemen en vraagt te pas en te onpas om voorschoten die door Wiebenga keer op keer geweigerd worden. Bij de betonconstructies van de springtorens van het zwembad kreeg Wiebenga de eerste aanvaring met het gemeentebestuur over zijn slanke wijze van construeren. Er worden bij proefbelasting trillingen waargenomen. De bestaande bekisting moet worden afgebroken en de constructie wordt verzwaard. Als betonconstructeur heeft hij zich zeker aan deze beslissing geërgerd. Onlangs heeft de constructeur van Stadsontwikkeling een controleberekening gemaakt van de originele ontwerp- en wapeningstekeningen. Uit deze controleberekening blijkt dat de springtorens bij berekening op sterkte ook anno 1991 voldoen aan de eisen. De schijnbaar extreme belasting die Wiebenga bij zijn berekening hanteert, is achteraf geen verkeerde aanname. Naast de sterkte, is ook de doorbuiging bekeken. Bij de resultaten van deze berekening ontstaan naar de huidige aangescherpte normen enige vraagtekens. Het verzwaren van de springtorens tijdens de bouw was voor de sterkte niet nodig geweest. Voor de doorbuiging is verzwaren van de constructie gunstig geweest, maar ook het slankere model van Wiebenga had het gehouden. Dat men niet al te elegant met elkaar omspringt, geeft het volgende voorval aan waaruit blijkt dat Wiebenga wel erg zakelijk is. De tribune die uit geprefabriceerde betonelementen van 50 cm lengte is opgebouwd, wordt van de fabriek op het werk afgeleverd. Als de elementen in Zwolle aankomen, keurt Wiebenga de gehele partij af. Als reden wordt opgegeven dat de elementen een maatafwijking vertoonden van 1 – 1.5 mm en dat sommige elementen tijdens het vervoer op de hoeken licht beschadigd zijn. De ruzie loopt hoog op. De aannemer geeft te kennen dat vanaf nu alleen schriftelijk contact mogelijk is. Ook is hij woedend dat Wiebenga geventileerd heeft dat Spanhaak voor geen cent goed is. Al eerder heeft Wiebenga aan B en W in een brief voorgesteld de aannemer het werk te laten beëindigen. De aanneemsom is volgens hem te laag om enige winst te maken. Wat dit betreft heeft Wiebenga een vooruitziende blik want begin 1934 wordt er gesproken over het op hand zijnde faillissement van de aannemer.

Openluchtbad2.jpg

Ziekte van Weil

Het bad wordt, ofschoon nog niet geheel gereed is, in mei voor het publiek opengesteld. B en W heeft dit besloten in verband met het voorkomen van de ziekte van Weil in de Zwolse stadsgrachten. Op zaterdag 9 juni 1933 wordt het bad officieel geopend. De Zwollenaren kunnen zwemen in een bad dat voldoet aan de eisen die voor Olympische wedstrijden gesteld worden. Er zijn in totaal 6 bassins met zowel links als rechts van de as een kleuterbad van 10x20 meter en een diepte van 40 cm, een ondiep bassin van 12x40 meter met een maximale diepte van 1.30 meter en een diep bassin van 20x100 meter. De baden van het ondiepe en diepe zijn onderling gescheiden door 10 cm dikke betonwanden met loopvlakken. Om vrouwen en mannen te scheiden is het grote bassin in het midden gescheiden door een drijvend wegneembaar scherm. Over deze afscheiding kan de badmeester zijn uitkijktoren bereiken.
 
Om bij zwemwedstrijden geen last van golfbewegingen te hebben, bedenkt Wiebenga een speciale anti golf constructie. Om het water een aangename kleur te geven zijn de betonwanden aan de binnenzijde afgepleisterd met een lichtblauwe pleisterspecie. Langs het wedstrijdbad heeft Wiebenga een tribune met 400 zitplaatsen ontworpen. Het entreegebouw met kassa’s is met zijn platte dak met oversteek en de stalen ramen en deuren met grote glasoppervlakken kenmerkend voor de stijl van Wiebenga. Hier kan men toegangskaarten kopen en waardevolle bezittingen afgeven en bestond de mogelijkheid om badgoed te huren. Zoals hij in een toelichting schrijft, heeft het voorste gedeelte van dit gebouw de vorm van een pijlpunt, waardoor onmiddellijk het mannelijke en vrouwelijke publiek wordt gescheiden. Het interieur heeft nog de oorspronkelijke sobere inrichting. Er staan nog vermoedelijk door Wiebenga zelf ontworpen stoelen. Voor het gebouw liggen in het trottoir de originele fietsklemmen. Achter het kantoor is het abonnementsbadgoedgebouw, een ruimte voor het opbergen van badkleding van de abonnementshouders, ook hier weer gescheiden voor mannelijke en vrouwelijke bezoekers. Aan weerszijden zijn tegen dit gebouwtje spoelbakken voor het badgoed geplaatst.
Bij zowel de vrouwen- als mannenafdeling zijn 36 kleedhokjes en 144 opbergkasten aanwezig. Aan beide zijden zijn voor groepen kleedruimtes geprojecteerd. Dat het bad niet alleen modern is maar ook comfort biedt, bewijst de droogruimte waar men badgoed door middel van een elektrische wasmachine en wringers kan wassen en drogen. Aan de hygiëne is veel aandacht besteed. Dit blijkt uit de volgende passage van een omschrijving van Wiebenga voor de gemeentelijke Stichting voor lichamelijke oefening.

Echt strandzand

Met het bij het entreegebouw in ontvangst genomen stukje zeep kan men, zo gewenst, volledige ontkleding verlangen hetgeen aan te tonen door bijvoorbeeld het zwempak over de deur te hangen. Nog altijd moet men, voor men de baden ingaat, door een desinfecterend voetenbad met douches lopen. Het voetenbad voorkomt dat het water in de bassins snel smerig wordt en gaat voetschimmel tegen. Het zwembad is ruim van opzet. Beide afdelingen hebben langs de ondiepe baden een strand met ligstoelen en parasols. De afmetingen van beide stranden zijn 40x22 meter. Er is een zandlaag van fijn wit zand met een laagdikte van ongeveer 60 cm. Ook hier worden door een stenen wand de vrouwelijke en mannelijke bezoekers gescheiden. Als men vanaf de stranden naar het water gaat, wordt men via een tourniquet door de voetbaden naar de bassins geleid. Achter de tribune liggen het pompgebouw en het voorverwarmingsbassin, tevens ontijzeringsvijver. De totale inhoud van alle bassins bedraagt ongeveer 5300 kubieke meter, de totale oppervlakte 3360 vierkante meter. Pompen en waterzuiveringsinstallatie zijn van de Machinefabriek Gebr. Rossmark uit Almelo. De hoofdopzet van het bad is nu bijna 70 jaar het hetzelfde gebleven. Het strand is vervangen door een gazon. Kleine wijzigingen hebben zich voorgedaan bij de kleedcabines en kleedruimtes. Een andere wijziging is het inkorten van de tribune en de bouw van een uitkijkpost op de linkerhoek daarvan, alsmede de afbraak van enkele springtorens en duikplanken. De nu nog aanwezige technische installaties dateren uit de bouwtijd. De voorverwarmings- en reinigingsvijver zijn verdwenen; hiervoor is een ligweide in de plaats gekomen.

het Nieuwe Bouwen

Wiebenga heeft in Zwolle zijn constructieve en esthetische ideeën met betrekking tot de architectuur van het Nieuwe Bouwen nog het beste kunnen vormgeven in het Open Luchtbad, mede dankzij de specifieke functie ervan. Ondanks de wijzigingen die in de loop der jaren hebben plaatsgevonden, weerspiegelt het bad nog steeds de functionele, zakelijke en heldere uitgangspunten van het Nieuwe Bouwen en Wiebenga’s opvattingen omtrent constructie en architectonische vormgeving.

Vlak na de opening van het bad schrijft de architect B. Merkelbach voor een recensie in het blad ‘De 8’ onder andere het volgende:

"Wie de arbeid van Wiebenga te Aalsmeer heeft gevolgd, weet dat er in zijn werk veel tot nadenken stemt. Deels waagt hij zich aan experimenten die niet in alle opzichten verantwoord schijnen, deels komt er plotseling een stuk werk voor den dag dat, wat zijn geestelijke instelling betreft, verrast en al het andere overtreft. Als men het zwembad ziet, dan beseft men, dat zoiets niet meer vanzelf tot stand komt. Wij willen ons dan ook niet verwonderen over het feit dat de arbeid van iemand die wenschen van de tegenwoordige jeugd in zijn werk tot uiting tracht te brengen in botsing komt met de vaak bekrompen geest van een provinciestad. Het is Wiebenga echter gelukt om een zwembad te bouwen dat meer van deze tijd is, dan in het mekka der architect, Amsterdam mogelijk bleek. Dit is typerend voor zijn kracht en overtuiging. Hij heeft bewust of onbewust aangevoeld dat men bij een dergelijke inrichting elke architectonische demonstratie moet vermijden.

2. Het ontstaan van de vereniging

De geschiedenis van dit bad geeft aan welke veranderingen de afgelopen 75 jaar in onze maatschappij hebben plaatsgevonden. Het bad vertelt over de sportgeschiedenis, over de manier waarop de rol van een gemeente veranderde, over de inzet en verantwoordelijkheid van burgers en tenslotte over onze steeds wisselende opvattingen over cultureel erfgoed. Het is ook wel een bijzonder verhaal. Een zwembad, bedoeld om de jeugd te leren sporten en zwemmen, ontworpen door een vooraanstaand Nederlands architect uit de jaren 30. Sportieve hoogte- en dieptepunten in de decennia rond de tweede wereldoorlog. De enorme populariteit van het Openluchtbad in de jaren 50. En dan eind vorige eeuw wanneer het bad een anachronisme dreigt te worden en op de slooplijst belandt. Uniek in Nederland is de actie van wijk- en stadsbewoners die hartje winter een Openluchtbad bezetten. Zwolle stond op een aparte manier op de kaart en de media aandacht was enorm. De actie leidde tot de erkenning van het bad als cultuurhistorisch fenomeen en bij de gemeente tot het inzicht dat een complex ook in particuliere handen een toekomst kan hebben.

Teruglopende bezoekersaantallen

Door de jaren heen liep de bezoekersaantallen van het openluchtbad langzaam terug. De oorzaken daarvan werden gezocht in de concurrentie van het Aabad en de toegenomen belangstelling voor de Agnietenplas en de Wijde Aa, waar in de zomer helemaal gratis kon worden gezwommen. De VVD fractie pleitte in de raad bij de behandeling van de voorjaarsnota in 1980 voor de sluiting van het bad, temeer ook omdat er inmiddels werd gesproken van de bouw van een combibad in Zwolle zuid. Eind september 1983 werd een zoveelste rapport gepresenteerd over de Zwolse zwembaden. Daarin werd gesteld dat het Openluchtbad binnen vier jaar zou moeten worden gesloten. De mogelijke bouw van een nieuw en modern openluchtbad was financieel onhaalbaar. Volgens wethouder A.F.M ter Bekken was het zwemmen in de Zwolse plassen een volwaardig alternatief. Recreatief zwemmen kon worden geconcentreerd in het Aabad, terwijl de verenigingen vooral het Stilobad zouden kunnen gebruiken. Verder zou er in Zwolle zuid een nieuw bescheiden instructiebad moeten komen. En zo werd langzaam maar zeker het Openluchtbad afgeschreven.

Dreigende sluiting

De plannen zorgden voor veel beroering. Eind 1989 ging eindelijk dan toch de kogel door de kerk. Er werd besloten tot de bouw van een multifunctioneel zwemparadijs in het Hanzeland. Het Stilo- en Openluchtbad zouden worden gesloten. Begin maart 1990 werd met de bouw van het Hanzebad begonnen: een recreatiebad, een instructiebad, een therapiebad en een 25 meter wedstrijdbad. Naar verwachting zou het nieuwe bad in september 1991 gereed zijn.
Op 15 mei 1991 sloot het Stilobad aan de Turmarkt na 58 jaar trouwe dienst definitief de deuren. Gelijktijdig opende het Openluchtbad aan de Ceintuurbaan voor wat het laatste seizoen zou moeten worden. Na de sluiting in september zou het aloude Openluchtbad worden gesloopt. Nu weten we dat het anders liep. Een groepje besloot zich tegen de dreigende sloop te verzetten. Het zwembad werd gekraakt en bezet. Uiteindelijk leidde deze actie tot het behoud van het bad en kreeg het Openluchtbad de status van rijksmonument.

Bezettingsactie

Ron van den Berg, die meer dan 20 jaar beheerder van het bad geweest is, kwam destijds op het idee het bad te bezetten, om sluiting en sloop te voorkomen. Het zwembad was zíjn jeugd. Sluiting mocht niet gebeuren, nam hij zich daarom stellig voor. Toen de poorten in de zomer van 1991 voor het allerlaatst werden afgesloten, heeft Ron van den Berg met een aantal anderen het hek aan de Da Costastraat, weer geopend.
De media berichtten dag in dag uit over het bezette Openluchtbad. Volgens de zwembadbeheerder weigerde de gemeente met de zwembadkrakers in gesprek te gaan. Die wisten echter van geen wijken. Ze zouden er tot in november blijven, pas toen de dreiging van de sloop uit de lucht was.
Een opening in de zaak kwam er dankzij de club die rondom stadgenoot Reinier Herpel was geformeerd. Ook die wilde het zwembad behouden, maar zocht meer de weg van overleg met de gemeente. Samen optrekken voor het behoud van het zwembad was het uitgangspunt van iedereen.

Rijksmonument

Alle kansen op behoud van het zwembad waren inmiddels toegenomen met de aanvraag voor een status van rijksmonument. Parallel lopend aan de bezetting heeft de Zwolse inwoner Paul Uil in september 1991 de toenmalige Rijksdienst voor de Monumentenzorg (RDMZ) attent gemaakt op de dreigende sloop en een waardestelling aangevraagd. Aan dit verzoek werd snel door de RDMZ gehoor gegeven. De conclusie van de waardestelling luidde; `Samenvattend kan worden gesteld dat het Openluchtbad uit 1933-34 naar ontwerp van Jan Gerko Wiebenga zowel in architectonische als in cultuurhistorisch opzicht een belangrijke waarde vertegenwoordigt en één van de weinige zo niet het nog enige tamelijk ongeschonden openluchtbad is in de vormentaal van het Nieuwe Bouwen in Nederland.' Daaruit voortvloeiend is het Openluchtbad sinds 1994 rijksmonument.

Vereniging

Om het bad te kunnen blijven exploiteren is de `Vereniging Openluchtbad Zwolle' opgericht. Zij heeft in 1992 na overleg met de gemeente en voorzien van een gedegen exploitatieplan het Openluchtbad volledig overgenomen. De verenging weet het bad al 17 jaar te exploiteren door de inzet van vrijwilligers. Iedereen kan lid worden van de Vereniging. Tegelijkertijd verplicht men zich tot een aantal uren vrijwilligerswerk per seizoen. Dat deze formule werkt, blijkt uit het feit dat de vereniging rond de 5500 leden telt. Het bad heeft ruimschoots bewezen in een behoefte te voorzien. Afhankelijk van een goede of slechte zomer passeren er jaarlijks tussen de 60.000 tot 90.000 bezoekers de poort van het zwembad.

Intersport Daka aakz Dogger Lumen